Blind vertrouwen

Op het eerste gezicht lijkt dit verhaal weinig met mijn dagelijkse werk te maken te hebben. Duiken. Bonaire. Opleidingen geven en volgen onder water. Dat voelt ver weg van vergaderruimtes, DevOps-teams en besluitvorming binnen een organisatie.

Dat dacht ik zelf ook.

De afgelopen maand was ik weg van mijn werk. Niet om afstand te nemen, maar om me volledig onder te dompelen in iets anders. Duiken is al jaren mijn grote passie. Op Bonaire werd die passie intens. Ik gaf opleidingen. Ik begeleidde mensen die voor het eerst onder water ademden. Tegelijkertijd was ik zelf weer leerling. Trimixopleiding. Nieuwe dieptes. Nieuwe procedures. Situaties waarin routine geen vanzelfsprekendheid meer was.

Instructeur en student. Begeleider en begeleide. Soms binnen dezelfde dag.

Ik was daar niet bewust naar op zoek, maar het diende zich aan. In momenten waarop ik de controle moest loslaten. In situaties waarin vertrouwen belangrijker werd dan individuele kennis. En in teams waarin alles soepel liep, niet omdat één persoon alles wist of besliste, maar omdat het team als geheel verantwoordelijkheid nam. Omdat vooraf duidelijk was binnen welke kaders besluiten genomen mochten worden, en iedereen begreep dat het oplossen van problemen geen individuele taak was, maar een gezamenlijke.

Onder water werd dat zichtbaar. Direct. Zonder uitstel.

Trimix op 45 meter

Tijdens mijn trimixopleiding lag ik op vijfenveertig meter diepte naast het rif. De omgeving was rustig. Ik ademde langzaam en voelde hoe mijn lichaam stabiel in het water lag. Alles was zoals afgesproken. Mijn buddy hing naast me. We wisten wat er ging komen.

Ik gaf het signaal en zette mijn masker af. Met lenzen in houd ik mijn ogen dicht onder water, dus het zicht verdween volledig. Ik gaf aan dat ik geen lucht meer had.

Mijn wereld verschoof. Niet door wat ik zag, maar door wat ik hoorde en voelde. Ik herkende de positie van mijn buddy aan het ritme van zijn ademhaling. De bellen verrieden waar hij was. De druk op mijn oren vertelde me of we bewogen. Het water langs mijn lichaam gaf richting en tempo. Ik wist dat ik goed in trim lag en bleef liggen zoals afgesproken.

Toen voelde ik zijn hand om mijn arm. Direct. Zeker. Met zijn andere hand drukte hij de automaat tegen mijn lippen. Geen zoeken. Geen aarzeling.

Ik deed niets.

Ik pakte geen reservemasker. Geen backup automaat. Ik corrigeerde niets. Ik liet de controle bewust los en gaf hem volledig aan mijn buddy.

Dat was het lastigste moment. Niet technisch. Niet fysiek. Maar mentaal. Als instructeur ben ik gewend om overzicht te houden. Om scenario’s te beheersen. Om in te grijpen voordat iets spannend wordt. Hier moest ik dat loslaten, niet omdat ik het niet kon, maar omdat vertrouwen hier belangrijker was dan sturen.

Hij nam me mee. Letterlijk. Met korte, duidelijke signalen. Ik voelde hoe hij me van het rif weghield en het tempo bewaakte. Niet te snel. Niet te langzaam. Precies zoals we het vooraf hadden afgestemd.

Toen we op vijftien meter aankwamen, was de oefening voorbij. Het zicht kwam terug. De techniek zat erop.

Wat bleef hangen, was rust. Het besef dat controle niet altijd op dezelfde plek hoeft te liggen. Dat verantwoordelijkheid kan verschuiven zonder dat veiligheid verdwijnt, zolang iedereen hetzelfde beeld heeft.

Introductieduik bij het huisrif

Een paar dagen later lag ik opnieuw in het water. Ondiep dit keer. Het huisrif van de duikschool. Een groep gebrevetteerde duikers en twee introductieduikers. Ik had de briefing gedaan en begon met de oefeningen.

In het begin was alles rustig.

Toen zag ik het veranderen. Haar bewegingen werden sneller. Kleine, onrustige correcties. De ademhaling ging omhoog. Het zat in haar ogen nog voordat ze iets zei.

Ik ging dichterbij en raakte haar arm aan. Ze ontspande een fractie, pakte mijn arm vast en keek me aan.

“Is het een beetje spannend?” vroeg ik rustig.

Ze knikte. Het was spannender dan ze had verwacht.

Ik ging niet verder met uitleggen. Ik corrigeerde niets. Ik bleef. Ik praatte rustig en liet bewust stiltes vallen. Geen haast. Geen druk om door te gaan.

Om ons heen hing de groep. Vijf andere duikers. Vier al gebrevetteerd. Ik voelde hoe hun aanwezigheid spanning toevoegde, zonder dat iemand iets deed. Ik maakte een keuze. Ik sprak de gebrevetteerde duikers aan en gaf aan dat zij hun duik konden starten en wanneer ik ze terug verwachtte.

De rust keerde terug.

We daalden een klein stukje af. Ze bleef aan mijn hand. Twintig minuten lang. Samen ademen. Samen bewegen. Haar grip veranderde langzaam. Minder krampachtig. Meer los.

Op een gegeven moment liet ze mijn hand los. Ze bleef zelf hangen. Nog twintig minuten. Volledig in controle.

Boven water stond er een grote grijns op haar gezicht. Niet omdat de spanning weg was geweest, maar omdat ze erdoorheen was gegaan.

Open Water met ruimte binnen kaders

In dezelfde periode gaf ik Open Water opleidingen. Ik merkte hoe verleidelijk het is om alles dicht te regelen. Elk detail vooraf uit te leggen. Ik deed het niet. Ik gaf duidelijke kaders en liet ruimte binnen die grenzen. Binnen enkele minuten lag een cursist perfect in het water. Niet omdat ze alles wist, maar omdat ze wist waarbinnen ze mocht zoeken.

Het overleg voor mijn verlof

Tijdens mijn verlof begonnen deze momenten samen te vallen.

Ik dacht terug aan een overleg vlak voor mijn vertrek. Een werkdag zoals zovele. Vergaderruimte. Scherm aan de muur. Koffie die al te lang stond. We werkten aan een nieuwe functionaliteit, iets wat buiten de comfortzone van het bedrijf lag. Dat voelde je aan alles.

De besluiten waren al genomen. In eerdere overleggen. Met een kleinere groep. De uitkomst was gedeeld met het team. Het waarom minder expliciet. Op dat moment leek dat logisch. Efficiënt zelfs.

Tot de demo begon.

De collega die het verhaal kende, was met verlof. De plaatsvervanger klikte door de slides. De eerste vraag kwam uit de groep. Daarna nog één. Hij keek naar het scherm, zocht naar woorden, maar vond ze niet.

Het werd stil.

De aandacht in de ruimte verschoof. Niet bewust. Niet uitgesproken. Blikken kwamen mijn kant op. Verwachtend.

Ik kende het verhaal. Ik was erbij geweest toen de keuzes werden gemaakt. Ik begon te praten. Eerst om één vraag te beantwoorden, daarna om context te geven. Het overleg kwam weer op gang. De spanning zakte. De demo liep door.

Pas later, tijdens mijn verlof, voelde ik waar het wrikte.

Ik was onbedoeld een single point of knowledge geworden. Niet omdat het zo bedoeld was, maar omdat niet iedereen hetzelfde beeld had. Het team kon niet zelfstandig beslissingen nemen op het moment dat degene met de meeste context er niet was.

Onder water zou dit onacceptabel zijn.

Daar werkt een team alleen als iedereen weet binnen welke kaders gehandeld mag worden. Niet omdat iedereen alles weet, maar omdat iedereen hetzelfde vertrekpunt heeft.

Wat ik meeneem

Die maand weg van mijn werk maakte dat scherp. Niet door analyse, maar door ervaring. Door te voelen wat er gebeurt als vertrouwen echt georganiseerd is. En wat er misgaat als dat niet zo is.

Ik ben nog op Bonaire. Ik weet al wat dit verandert. Meer vooraf expliciteren. Meer delen van het waarom. Minder impliciet. Minder afhankelijk van één persoon.

Zodat als het zicht wegvalt, onder water of boven water, het team blijft functioneren. Omdat iedereen weet wat te doen. En omdat vertrouwen geen abstract begrip is, maar iets wat je bewust organiseert.

Plaats een reactie