Europees schadehistorie-model: weer zo’n klein dingetje dat ongemerkt groot wordt

Zucht. Dat was mijn eerste reactie toen ik las over het Europees uniforme schadehistorie-model. Niet omdat ik tegen standaardisatie ben – verre van – maar omdat dit weer typisch zo’n maatregel is die op papier logisch klinkt, maar in de praktijk vooral leidt tot extra werk. En dan niet voor een paar dagen, maar structureel.

“Ach, dat rapportje kun je er toch wel even bij pakken?” zeggen ze dan. En inderdaad: als je maar één keer per maand zo’n schadehistorie hoeft aan te leveren, dan lukt dat met een beetje handwerk nog wel. Even Excel erbij, een stukje handmatige extractie, een intern telefoontje voor toelichting, klaar. Maar juist daar zit het probleem: het blijft niet bij één keer. En het blijft ook niet bij dit ene onderwerp.

Het is niet de druppel, het is de stortbui aan druppels

Want dit is er weer zo eentje in een hele rij van “kleine” verplichtingen die langzaam maar zeker uitgroeien tot een structurele werkdruk. Je merkt het pas als je ze optelt: UBO-checks, Wwft‑screenings, taxatiedocumenten opvragen, externe gegevenssynchronisatie, en nu dus schadehistorie in Europees formaat. Eén voor één zijn het allemaal klusjes die “best meevallen”… totdat je ineens een halve FTE kwijt bent aan copy‑paste‑architectuur.

En ja, ik snap de gedachte: transparantie, overdraagbaarheid, betere risicobeoordeling. Allemaal zinnig. Maar de manier waarop we dit aanpakken is allesbehalve efficiënt. Elke nieuwe verplichting leidt tot weer een eigen extract, eigen mapping, eigen testtraject, eigen interpretatieslag. Alsof we voor elk dossier een net iets andere meetlat hanteren – en die dan met de hand moeten bijstellen.

Waarom we dit niet structureel oplossen, is mij een raadsel

De technologie is er gewoon. We zouden met gemak een branchebreed portaal kunnen hebben waarin schadehistorie, roy-data en polisgegevens veilig, eenduidig en gestandaardiseerd beschikbaar zijn. Geen handwerk meer, geen lokale interpretaties, geen wilde excelsheets. Gewoon een centrale bron, meerdere toepassingen.

Maar in plaats daarvan lopen we weer achter de feiten aan. Oplossingen als de Poliskluis strandden door gebrek aan draagvlak of regie – terwijl het idee nog steeds hout snijdt. En dus bouwen we workaround op workaround, net zolang tot niemand het overzicht nog heeft.

Tijd voor regie, samenwerking en een beetje gezond verstand

Dit soort verplichtingen leveren geen concurrentievoordeel op. Ze kosten alleen tijd en energie. En dus moeten we die als sector samen aanpakken. Geen geïsoleerde oplossingen meer per maatschappij, maar een centrale aanpak. Én een duidelijke boodschap richting toezichthouders: we zijn niet tegen regelgeving, maar wel voor duidelijkheid, afstemming en hergebruik.

Want zolang we op deze manier doorgaan, blijft het dweilen met de kraan open. En moet ik iedere keer opnieuw zuchten als er wéér een “klein” verplichtinkje bijkomt dat we er best even bij kunnen doen.

Plaats een reactie