Digital Architect Design Day 2025 – Veerkracht als rode draad

Op 30 september bezocht ik de Digital Architect Design Day (DADD) in het NBC Congrescentrum in Nieuwegein. Een dag waar architecten, onderzoekers en praktijkmensen elkaar ontmoeten om te praten over de rol van architectuur in een snel veranderende wereld. Het centrale thema was dit jaar veerkracht: hoe zorg je dat organisaties niet alleen reageren op verandering, maar zich er ook door laten versterken?

Een opening met urgentie

De dag begon met een terugblik op wat er het afgelopen jaar bereikt is. Daarbij kwamen twee onderwerpen nadrukkelijk naar voren. Allereerst digitale soevereiniteit. Waar het vorig jaar nog een abstract begrip leek, is het inmiddels een thema dat diep in de agenda’s van bestuurders en architecten is doorgedrongen. Niet alleen omdat het gaat om waar data fysiek staan, maar vooral om de vraag wie de controle heeft en of we als Europa, en als Nederland, strategische autonomie behouden. Er is zelfs een kerngroep gevormd die dit vraagstuk vertaalt naar een architectuurmodel, zodat het gesprek niet op meningen drijft maar op kaders en structuren.

Het tweede onderwerp was de constatering dat digitalisering een publiek belang is. Dat klinkt logisch, maar de betekenis is groot. Digitalisering raakt niet alleen sectoren als telecom en overheid, maar beïnvloedt letterlijk elk beleidsveld: van zorg en onderwijs tot klimaat en infrastructuur. Om dat scherp neer te zetten is een zes-puntenagenda opgesteld en gedeeld met het nieuwe kabinet. Het laat zien dat architectuur niet slechts een intern IT-vraagstuk is, maar een maatschappelijke opdracht.

Daarmee was de toon gezet: veerkracht vraagt niet alleen technische flexibiliteit, maar ook een visie op samenwerking, governance en onderwijs.

Leren van de natuur

De eerste keynote, door Saskia van den Muizenberg, maakte diepe indruk. Zij liet zien hoe we kunnen leren van 3,8 miljard jaar onderzoek en ontwikkeling van de natuur. Biomimicry noemt ze dat: het vertalen van natuurlijke principes naar organisaties en systemen. Ze vertelde openhartig over haar eigen ervaring met een hersenoperatie, veroorzaakt door een fout in de “architectuur” van haar bloedvaten. Die ervaring maakte pijnlijk duidelijk dat een systeem zonder gelaagdheid en fijnmazigheid kwetsbaar is. Hetzelfde geldt voor onze organisaties en IT-landschappen.

Aan de hand van voorbeelden – van het zelfreinigende lotusblad tot de collectieve intelligentie van mieren – liet ze zien dat veerkracht in de natuur altijd voortkomt uit diversiteit, redundantie en decentralisatie. Precies de elementen die wij in organisaties vaak proberen weg te optimaliseren om efficiënter te worden. Ze introduceerde de adaptieve cyclus – exploitatie, conservatie, release, reorganisatie – en vroeg het publiek na te denken in welke fase hun organisatie zich bevindt. Het zette mij zelf ook aan het denken: zitten wij als sector niet vaak te lang vast in de fase van conservatie, terwijl juist reorganisatie en vernieuwing nodig zijn om verder te komen?

Enterprise Architectuur in transitie

De tweede keynote, door professor Rogier van der Wetering, liet zien hoe Enterprise Architectuur zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Hij nam ons mee van EA 1.0, waarin standaardisatie centraal stond, via EA 2.0 en 3.0 – gericht op efficiency, alignment en innovatie – naar EA 4.0, waar ecosystemen, AI en adaptiviteit de hoofdrol spelen.

Zijn centrale boodschap was dat organisaties succesvoller zijn als ze beschikken over dynamic capabilities: het vermogen om veranderingen tijdig te signaleren, middelen te mobiliseren en structuren te herontwerpen. Hij toonde met onderzoek aan dat bedrijven die deze drie competenties beheersen, aanzienlijk beter door crises heen komen. Het was interessant om te horen hoe architecten daarbij niet langer de rol van reactieve documentmaker hebben, maar juist proactief en datagedreven moeten opereren. En tegelijk kritisch: innovaties zoals AI zijn waardevol, maar alleen als we onszelf de vraag blijven stellen wat dit in de dagelijkse praktijk betekent.

Van blauwdrukken naar ecosystemen

In de deelsessies werd dit verder concreet. Zo presenteerde The Open Group de nieuwe standaard voor Open Agile Architecture, die niet bedoeld is als strak raamwerk maar als gereedschapskist waar organisaties uithalen wat past bij hun context. Een ander verhaal brak nadrukkelijk met de klassieke manier van denken: niet langer de onderneming zien als een systeem dat je van bovenaf ontwerpt, maar als een ecosysteem dat van binnenuit groeit. Architecten zijn dan geen bouwmeesters meer, maar spelbegeleiders die zorgen dat de spelregels duidelijk zijn en dat er ruimte is voor organische ontwikkeling.

Ook de rol van AI kwam terug, dit keer vanuit de invalshoek van governance. Hoe zorg je dat de principes van de AI Act en de nieuwe ISO 42001-norm verankerd raken in de architectuur van organisaties? Niet door nieuwe silo’s op te bouwen, maar door bestaande kwaliteits- en risicomanagementsystemen slim uit te breiden. En tenslotte was er veel aandacht voor de vraag hoe de rol van de architect zelf verandert. Minder in silo’s, meer betrokken vanaf het eerste idee, en met nieuwe vaardigheden zoals storytelling, coaching en leiderschap.

Diversiteit en samenwerking

Wat mij positief opviel, was de aandacht voor diversiteit. Vorig jaar werd nog luchtig de vraag gesteld waar de vrouwen in de zaal waren. Dit jaar werd het concreet aangepakt met een Birds of a Feather-tafel: een ontmoetingsplek waar vrouwelijke architecten ervaringen konden uitwisselen en netwerken konden opbouwen. Ook werden er direct nieuwe samenwerkingen geboren, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering in het onderwijs. Het laat zien dat diversiteit geen bijzaken zijn, maar voorwaarden voor vernieuwing en veerkracht.

Een filosofische afsluiting

De dag eindigde met een prikkelende keynote van Rens van der Vorst, die de VAR in het voetbal gebruikte om te laten zien hoe technologie onze beleving kan beïnvloeden. Zijn boodschap was duidelijk: technologie moet niet streven naar perfectie, maar naar het versterken van de bedoeling. De VAR is alleen nuttig bij “clear and obvious errors”. Een principe dat volgens hem ook breder toepasbaar is: gebruik technologie om de echte problemen aan te pakken, niet om alles dicht te regelen.

Hij wees op het gevaar van automation bias – de neiging om technologie blind te vertrouwen – en liet zien dat we daarmee niet alleen de menselijke maat verliezen, maar ook de vreugde van spontane momenten. Zoals in voetbal het echte juichen, dat langzaam verandert in misjuichen of najuichen. Een spiegel die ook voor onze architectuurpraktijk relevant is.

Mijn eigen reflectie

Wat neem ik mee van deze dag? Allereerst dat architectuur geen luxe is, maar een voorwaarde voor veerkracht. Zonder een slimme, adaptieve architectuur kunnen organisaties simpelweg niet omgaan met de snelheid van verandering. Ten tweede dat de natuur ons veel te leren heeft: feedbacklussen, redundantie en variatie zijn geen inefficiënties, maar bronnen van kracht. En tot slot dat onze rol als architect evolueert. We zijn geen tekenaars van blauwdrukken meer, maar gidsen en verbinders die de menselijke maat bewaken in een wereld die steeds digitaler wordt.

DADD 2025 liet zien dat architectuur springlevend is. Dat de uitdagingen groot zijn, maar dat er ook volop inspiratie en energie is om ze aan te gaan.

Plaats een reactie